Reguliere criteria gebieden

De criteria voor reguliere gebieden zijn geformuleerd op basis van veertien gebiedstypen. Het grootste gedeelte van de gebiedstypen komt voort uit opeenvolgende bouwperiodes, waarvan de bebouwing op hoofdlijnen gelijkenis vertoont. Daarnaast is een aantal gebiedstypen gebaseerd op functionele of stedelijk-typologische kenmerken, omdat ze een wezenlijk ander karakter hebben dan de rest van de stad, zoals bijvoorbeeld de gebiedstypen Kantorenlocaties, haven- en bedrijvengebieden, Groengebieden en Bouwwerken op het water.

Uiteraard is het zo dat de bebouwing in het ene gebied meer onderlinge overeenkomsten vertoont dan bebouwing in het andere. Vooral gebieden die voor de twintigste eeuw zijn ontstaan laten een divers bebouwingsbeeld zien. Toch vertonen ook deze gebieden vaak een duidelijke karakteristiek, waarmee het mogelijk is om criteria te formuleren die het bouwen in de context vergemakkelijken. Net als bij de sneltoetscriteria geldt voor de criteria voor de gebiedstypen dat ze zijn opgesteld als hulpmiddelen voor de welstandstoets. Bij aanvragen wordt daarom in eerste instantie gekeken of het ontwerp de karakteristiek van de bebouwing en de omgeving in stand houdt of versterkt. Voldoet een aanvraag aan de criteria voor het betreffende gebiedstype? Dan past het bouwplan bij de context waarin het gebouwd wordt en is het al snel goed. De criteria vormen richtlijnen die duidelijk maken in welke gevallen aanvragen in elk geval voldoen aan redelijke eisen van welstand. Vooral wijken en buurten die sinds het begin van de twintigste eeuw zijn ontstaan, hebben homogene kenmerken en daardoor eenduidige criteria. Elke wijk of buurt bestaat echter uit meerdere gebieden. De plattegrond van Rotterdam heeft zich tot een gelaagde lappendeken gevormd omdat de stad zich voortdurend blijft ontwikkelen en bebouwing uit verschillende periodes vaak verschillende karakteristieken en kenmerken heeft.

Veel gebieden bevatten overeenkomstige karakteristieken als gevolg van een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis, ontwikkelingswijze en samenhang. Ze zijn ondergebracht bij hetzelfde type gebied, waarvan de stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische kenmerken nauwkeurig zijn beschreven en verbeeld, zodat duidelijk wordt wat het karakter van een wijk, buurt of deelgebied is. Het karakter van de wijk en de kenmerken van de architectuur vormen daarmee het vertrekpunt van het bouwen in de context. Maar bebouwing slijt en kan door achterstallig onderhoud de omgeving negatief beïnvloeden. In het verleden gerealiseerde bouwwerken kunnen bovendien inmiddels als onwenselijk worden beschouwd of niet meer passend bij huidig beleid. Niet de bestaande situatie van de bebouwing wordt daarom als uitgangspunt gebruikt, maar de kwaliteit van de karakteristiek die aan de bebouwing ten grondslag ligt. De bijbehorende criteria zijn op basis van de beschrijving en verbeelding van deze karakteristiek opgesteld en ingedeeld volgens de drie schaalniveaus van de drie Algemene Bouwstenen Rotterdam: omgeving, bouwwerk en uitwerking.

Zie onderstaand een koppeling naar de 14 gebiedstypen in Rotterdam met beschrijving en bijbehorende criteria.

Kunnen we je op weg helpen?

Krijg inzicht in welke welstandscriteria gelden voor jouw bouwplan en welke stappen je moet nemen.

Overzicht reguliere criteria

Stadscentrum en centrumgebieden

Rotterdam heeft een voor Nederlandse begrippen bijzondere binnenstad, vooral vanwege de stedenbouw en architectuur uit de wederopbouwperiode en de opvallende skyline.

Historische linten en kernen

Historische linten en kernen zijn vóór 1900 ontstaan en lagen buiten de toenmalige stad Rotterdam.

Organisch ontwikkelde uitbreidingen

Tussen circa 1860 en 1905 vonden stadsuitbreidingen plaats die niet waren gebaseerd op een stedenbouwkundig plan, maar zich organisch ontwikkelden.

Vroege planmatige uitbreidingen

De vroege planmatige uitbreidingen zijn stadsdelen die zijn ontworpen op basis van een uitbreidingsplan met een visie op de stad als geheel, meestal gerealiseerd tussen circa 1905 en 1950.

Tuindorpen

In 1902 werd de Woningwet ingevoerd. Vanaf dat moment tot ongeveer 1950 kwamen er in de stad op verschillende plekken ruim opgezette en groene arbeiders- en middenstandswijken tot stand.

Stempel- en strokenbouw

Met stempel- en strokenbouw worden planmatige woongebieden bedoeld, tot stand gekomen tussen de jaren ’50 en ’70 van de twintigste eeuw, met incidenteel latere invullingen en vernieuwingen.

Planmatige woonerfwijken

Eind jaren ’60 van de vorige eeuw was er veel kritiek op de stempel- en strokenbouw, die als vlak en monotoon werd gezien.

Recente uitbreidingen en grootschalige transformaties

Halverwege de jaren ’80 vond opnieuw een omslag plaats in stedenbouw en architectuur.

Stedelijke villagebieden

Stedelijke villagebieden zijn woongebieden die zijn ontstaan na 1870 en waarvan de bebouwing bestaat uit vrijstaande of geschakelde villa’s.

Stedelijke oevers

Stedelijke oevers zijn gebieden gelegen aan de oever van de Maas of aan delen van (voormalige) havens.

Stedelijke knooppunten

Knooppunten zijn gebieden met diverse publieksfuncties, hoge bezoekersaantallen en een hoge verkeersintensiteit.

Kantorenlocaties, haven- en bedrijvengebieden

Kantorenlocaties, haven- en bedrijvengebieden kennen veelal een rationele inrichting en zijn doorgaans sterk monofunctioneel van aard.

Groengebieden

Groengebieden hebben een recreatieve functie die vaak wordt gecombineerd met waterhuishoudkundige, educatieve en ecologische functies.

Bouwwerken op het water

In principe zijn op het water de Algemene Bouwstenen Rotterdam van toepassing, evenals de gebiedsgerichte criteria die voor de aangrenzende stadsdelen zijn geformuleerd.