Toetsing en kader De Welstandsnota Rotterdam 2025Iedereen die in Nederland wil bouwen of verbouwen, moet voldoen aan regelgeving, of het nu gaat om een huis of bedrijf, een dakkapel of kozijn. De Omgevingswet geeft gemeentes de mogelijkheid om bij bouwinitiatieven te waarborgen dat een goede omgevingskwaliteit wordt nagestreefd. Door het opstellen van welstandsbeleid, geeft de gemeente duidelijkheid over hoe bouwinitiatieven bijdragen aan de omgevingskwaliteit van de stad. De welstandsnota bevat daartoe de ruimtelijke kwaliteitseisen waaraan bebouwing in Rotterdam moet voldoen. Opdrachtgevers en ontwerpers kunnen zich aan de hand hiervan in een vroeg stadium informeren over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen. De welstandsnota is bedoeld om ervoor te zorgen dat bouwplannen van voldoende en duurzame kwaliteit zijn en in de omgeving passen, en wordt tegelijkertijd gebruikt als middel om de identiteit en karakteristieken van en de samenhang in de gebouwde omgeving in stand te houden of te versterken. InleidingWelstandAanvragen voor een omgevingsvergunning moeten in Rotterdam voldoen aan uiteenlopende regelgeving, waaronder het welstandsbeleid zoals vastgelegd in de welstandsnota. De manier waarop de gemeente welstandsbeleid voert, is vastgelegd in de Verordening Commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed Rotterdam. In Rotterdam ligt de taak om uitvoering te geven aan het welstandsbeleid en een deel van het erfgoedbeleid bij de Commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed. In deze commissie zijn leden benoemd met kennis van architectuur, stedenbouw, landschap, architectuurhistorie, restauratiearchitectuur en duurzaam en circulair bouwen. De commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders of aanvragen voldoen aan de welstandsregels, ook wel ‘redelijke eisen van welstand’ genoemd. Zij wordt ondersteund door een ambtelijk secretariaat, dat is ondergebracht bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van Stadsontwikkeling. De procedures van de welstandstoetsing en het functioneren van de commissie liggen vast in de Verordening Commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed en het Reglement van Orde voor de Commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed. Systematiek van de welstandsnotaVier gradaties criteriaDe Welstandsnota Rotterdam 2025 bestaat uit vier ‘gradaties’ criteria, die in elk volgend deel van de nota concreter en preciezer worden. Aan de basis liggen drie algemene criteria, ‘bouwstenen’ die het fundament vormen van de welstandstoetsing en waarmee zowel de kwaliteit van bouwwerken als de relatie ervan met de omgeving wordt getoetst (Deel 2. Fundament: De Algemene Bouwstenen Rotterdam). Ook bevat de nota criteria die op het specifieke karakter van verschillende gebiedstypen zijn gericht (Deel 3. Verdieping: De Rotterdamse Gebiedsatlas) en criteria die verschillende typen eenvoudige en veel voorkomende aanvragen vergemakkelijken (Deel 4. Versnelling: De sneltoetscriteria). Ten slotte zijn er criteria waarmee wordt beoordeeld of bouwwerken (ook vergunningvrije) op buitensporige wijze afwijken van de omgeving, een negatieve invloed hierop hebben en dus in ernstige mate strijdig zijn met redelijke eisen van welstand (Deel 5. Ultieme grens: De Excessenregeling).De criteria in de nota geven een richting aan, ze zijn geformuleerd als hulpmiddelen om bouwinitiatieven op het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ te brengen. Daarmee is een zekere basiskwaliteit voor wat betreft het uiterlijk van bouwwerken te garanderen. Boven dit niveau van redelijkheid uitstijgen mag natuurlijk altijd! Tegelijkertijd is het doel van deze nota het bestaande, unieke karakter van Rotterdam te bestendigen en te continueren. Zo ontstaat een leefklimaat waarvan iedereen de vruchten kan plukken en draagt de kwaliteit van de stad als geheel bij aan de waarde van individuele projecten. Het welstandsbeleid vertegenwoordigt dus een balans tussen individueel en algemeen belang: het beoogt een stad die meer is dan de som van gedeelde en individuele inspanningen.Drie bouwstenen: omgeving, bouwwerk en uitwerkingDe basis van de welstandsnota wordt gevormd door de drie basiscriteria die gezamenlijk het algemene fundament voor de beoordeling van aanvragen vormen: de Algemene Bouwstenen Rotterdam (hierna ‘de bouwstenen’). De Rotterdamse bouwstenen ‘bevragen’ bouwplannen op drie schaalniveaus, van groot naar klein:Legt het ontwerp voor het bouwwerk een goede relatie met de omgeving en levert het een positieve bijdrage aan de stad, nu en voor de toekomst?Is de vorm en uitstraling van het bouwwerk zelf van voldoende kwaliteit?Ondersteunt de wijze waarop het bouwwerk wordt gemaakt het beoogde ontwerpidee?Kort samengevat bestaat goede omgevingskwaliteit volgens de bouwstenen uit samenhangende ruimtes en nooit uit losse elementen zonder onderling verband. Een bouwplan wordt daarom getoetst op de relatie van het plan met de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan en op de eenduidigheid, structuur en logica van het ontwerpidee. Bouwplannen worden overtuigend en logisch volgens dit idee uitgewerkt: materiaal, kleur en detaillering ondersteunen het ontwerpidee op een daarmee samenhangende manier.De bouwstenen hebben een ruim en globaal karakter en vormen daarmee als het ware de ‘kapstok’ voor de welstandsbeoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning. Ze staan voor algemene, alomvattende ontwerprichtlijnen, die bijdragen aan de basiskwaliteit van de bebouwing in Rotterdam. De bouwstenen zijn algemeen van aard en kunnen vooral worden toegepast bij omvangrijke, publiek belangrijke en ingrijpende bouwplannen, waarbij de zorgvuldige verhouding van het plan tot de omgeving tot een complexe architectonische opgave leidt. Hoewel de bouwstenen globaal en abstract van karakter zijn, is de basisvraag van deze bouwstenen eigenlijk heel helder en eenvoudig: reageert een bouwplan goed op de omgeving waarin het gerealiseerd wordt en verbindt het bouwwerk zich op samenhangende wijze met de omringende bebouwing?Dit betekent overigens niet dat bebouwing naadloos moet aansluiten op de architectuur in de omgeving, of dat deze zich identiek moet voegen naar omliggende bebouwing, zoals soms wordt gedacht. Wel betekent het dat plannen op enigerlei wijze moeten reageren op de omgeving en zich rekenschap moeten geven van de stedenbouwkundige en architectonische kenmerken van een gebied, maar bovenal dat ze een positieve bijdrage moeten leveren aan en voortbouwen op de ruimtelijke context waarvan ze onderdeel worden. De omgeving van een bouwwerk verschilt van plek tot plek: historische uitbreidingswijken uit de negentiende eeuw hebben een heel ander karakter en andere kenmerkende kwaliteiten dan een nieuwbouwwijk uit de afgelopen decennia. ‘Goed aansluiten op de ruimtelijke context’ betekent dus in principe voor elke aanvraag iets anders. De criteria geven een richting aan die er vooral op doelt om de kwaliteit van de bestaande situatie te handhaven of te verbeteren. Aanvragen die dus overtuigend aansluiten op de ruimtelijke context – eraan bijdragen – kunnen dan al snel voldoen aan redelijke eisen van welstand. Eenvoudige basis, bijzondere afwijking en sneltoetsDeel 2 van deze welstandsnota geeft met de Vaste Criteria een eerste concrete invulling aan de bouwstenen: concrete vormgevingsprincipes van de meest voorkomende ontwerponderdelen, die in heel Rotterdam gelden, ongeacht de plek waar een bouwwerk zich bevindt. De vaste criteria zijn een vertaling van de bouwstenen. In Deel 3 volgen de verschillende gebiedstypen van ‘De Rotterdamse Gebiedsatlas’, met analyses en omschrijvingen van en criteria voor deze specifieke gebieden. De criteria voor de gebiedstypen (3.1) en de criteria voor de beschermde stadsgezichten (3.2) zijn dus weer een gradatie preciezer. De bijlage van de welstandsnota ‘Kaart Gebiedstypen’ toont de verschillende gebiedstypen zoals die op basis van het welstandsbeleid zinvol te onderscheiden zijn.Hoewel de kaart een geografische basis heeft, worden de gebiedstypen grotendeels bepaald door het tijdperk waarin ze zijn ontstaan. De stad is zodoende een ‘lappendeken’ van gebiedstypen. Door het gebruik van verschillende kleuren zijn er duidelijke ruimtelijke eenheden in de kaart te herkennen. De gedefinieerde gebiedstypen in de welstandsnota vormen een herkenbare groep bebouwing; ze vertegenwoordigen een gebiedstype en beschikken over vergelijkbare karakteristieken als gevolg van een overeenkomstige ontstaansgeschiedenis, ontwikkelingswijze en samenhang van stedenbouw, architectuur en openbare ruimte. Elk gebiedstype heeft dus specifieke ruimtelijke kenmerken en een eigen karakter. De criteria van elk gebiedstype richten zich op deze karakteristieke kenmerken. Ze bestaan uit de drie schaalniveaus van de Algemene Bouwstenen Rotterdam (omgeving, bouwwerk en uitwerking) aangevuld met beschrijvingen en verbeeldingen van de kenmerken van elk gebied. Binnen de Rotterdamse Gebiedsatlas nemen de rijksbeschermde stadsgezichten een bijzondere plaats in. Hiervan zijn de bestaande kenmerkende kwaliteiten van de omgeving zo specifiek en van een dusdanig niveau, dat ze van algemeen belang worden geacht, onder andere vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang. Deel 4 wordt nog preciezer met de sneltoetscriteria, die zijn opgesteld voor verschillende typen, eenvoudige en veel voorkomende aanvragen. Met deze sneltoetscriteria kan snel uitsluitsel worden gegeven of een plan aan redelijke eisen van welstand voldoet. Plannen die niet passen binnen de sneltoetscriteria zijn niet per definitie in strijd met redelijke eisen van welstand. De sneltoetscriteria zijn ook van toepassing op onderdelen van nieuwbouwplannen, denk hierbij aan regels voor dakkapellen of dakterrassen. Hoe wordt omgegaan met sneltoetscriteria staat in 1.4 en Deel 4 nader uitgewerkt. Deel 5 betreft de excessenregeling. Bouwwerken die vergunningvrij zijn, worden niet preventief getoetst, maar mogen niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Als dit wel het geval is, is sprake van een ‘exces’. Dat is het geval wanneer iedereen kan zien dat het uiterlijk van een bouwwerk buitensporig afwijkt van de omgeving en grote afbreuk doet aan de ruimtelijke samenhang, kwaliteit en eigenheid van een plek. In dat geval kan worden opgetreden met behulp van de criteria van de excessenregeling, die de absolute ondergrens van redelijke eisen van welstand vormen. Onderliggende samenhang criteriaDe verschillende gradaties criteria gelden niet cumulatief, temeer omdat criteria soms gericht zijn op heel specifieke onderdelen. Er hoeft dus niet aan alle criteria op alle niveaus tegelijk te worden voldaan; ze vormen geen afvinklijst. Wel versterken ze elkaar en vormen de gradaties een precisering van elkaar. De Algemene Bouwstenen Rotterdam vormen de kern van het welstandsbeleid, de criteria van Deel 3, 4 en 5 dienen (in gradaties) ter ondersteuning ervan.Het gebruik van de nota volgt dus de inhoudelijke structuur ervan. Afhankelijk van de ingreep en de plek zijn verschillende gradaties criteria van toepassing. De verschillende delen van de nota kunnen gezien worden als gestapelde lagen op een kaart: voor elke plek kan met een prikker de relevante criteria naar boven worden gehaald. Goede ruimtelijke analyses en een zorgvuldige verbeelding van het ontwerp in relatie tot de omgeving, vormen een wezenlijk onderdeel van de welstandstoets. Bij de toetsing van aanvragen aan het welstandsbeleid helpt het om nauwkeurig te laten zien waarom een ontwerp aan de criteria en daarmee aan redelijke eisen van welstand voldoet. Hoe zorgvuldiger een ontwerpidee wordt verbeeld en onderbouwd, hoe duidelijker de bedoeling van de aanvrager wordt.Experiment en vernieuwingElke stad vernieuwt zich, de ontwerpdiscipline ontwikkelt zich; het zou van weinig inzicht getuigen als een stad ontwerpkennis en -expertise niet ten volle voor actuele ruimtelijke opgaven zou benutten. Rotterdam is misschien wel één van de meest exemplarische steden waar die ruimtelijke dynamiek een permanente karakteristiek van het stadsbeeld is. Een ruimtelijk ontwerp moet altijd tot de verbeelding spreken. Mits nieuwe ontwikkelingen zich in algemene zin rekenschap geven van de omgeving en deze niet veronachtzamen of verloochenen is er kortom in veel gevallen ruimte voor experimenten en vernieuwing. Bij erfgoed zou dit per geval een genuanceerde afweging en onderbouwing vergen en ligt dit niet voor de hand. .Aanvragen die niet aan alle specifieke criteria voldoen, kunnen alsnog aan redelijke eisen van welstand voldoen. Met afwijkende aanvragen uitstijgen boven de gebiedscriteria en sneltoetscriteria mag altijd, als ze de Algemene Bouwstenen Rotterdam maar serieus nemen. Ook van architectonisch bijzondere projecten die hun context overstijgen mag immers worden verwacht dat ze de omgeving niet ontkennen. Plannen die zorgvuldig omgaan met de stad, hoe vooruitstrevend en onvoorzien ook, kunnen voldoen aan redelijke eisen van welstand, en zodoende op steun van de gemeente rekenen.Werking van de kaartenAlgemeenBij de welstandsnota behoren twee kaarten (bijlagen): de ‘Kaart Gebiedstypen’ en de ‘Kaart Niveaus’.De ‘Kaart Gebiedstypen’ geeft de Rotterdamse Gebiedsatlas weer.De ‘Kaart Niveaus’ geeft aan welk niveau van welstandstoetsing op een bepaald gebied van toepassing is. Op deze kaart wordt onderscheid gemaakt tussen:Welstandsgebied – regulier welstandsbeleidWelstandsgebied – welstandsparagraafWelstandsvrij gebiedHet is mogelijk dat na vaststelling van de welstandsnota voor bepaalde gebieden door het bestuur nieuw of aanvullend welstandsbeleid wordt vastgesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de vaststelling van een welstandsparagraaf of als welstandscriteria moeten worden geactualiseerd. In dat geval worden de kaarten aangepast aan de nieuwe situatie.Als gevolg van de beperking van het aantal gebiedstypen, vindt binnen de aangegeven vlakken op de kaart geen differentiatie plaats. De kleur die een vlak op de kaart krijgt, geeft dus de overheersende context daarbinnen aan. Bijvoorbeeld een vlak aangegeven als Stempel- en strokenbouw kan een deelgebied bevatten van een ander gebiedstype, dat bijvoorbeeld onder Planmatige woonerfwijken zou moeten vallen. Bij een te kleine omvang of ‘korrelgrootte’ is zo’n deelgebied niet uit het kaartbeeld af te lezen. In deze situatie wordt bij nieuwbouw en verbouw uitgegaan van de karakteristiek van de overheersende context, en de daaraan verbonden criteria.ReclameVoor reclame wordt in de welstandsnota onderscheid gemaakt tussen Reclamegebied en Reclameluw gebied.Welke criteria van toepassing zijn hangt samen met de gebiedstypen zoals vastgelegd op de ‘Kaart Gebiedstypen’.De volgende gebiedstypen zijn aangemerkt als Reclamegebied:Stadscentrum en centrumgebiedenStedelijke knooppuntenStedelijke oeversKantorenlocaties, haven- en bedrijventerreinenDe volgende gebiedstypen zijn aangemerkt als Reclameluw gebied:Historische linten en kernenOrganisch ontwikkelde uitbreidingenVroege planmatige uitbreidingenTuindorpenStempel- en strokenbouwPlanmatige woonerfwijkenRecente uitbreidingen en grootschalige transformatiesStedelijke villagebiedenGroengebiedenAlle beschermde stadsgezichtenBouwwerken op het water Omgevingskwaliteit en beleidEen goede omgevingskwaliteit vereist onder andere beleid, welstandsbeleid is één van de mogelijkheden die de Omgevingswet daarvoor biedt. In dit onderdeel wordt op hoofdlijnen beschreven welke samenhang er bestaat tussen het welstandsbeleid en een aantal andere belangrijke beleidsgebieden als onderdeel voor een goede omgevingskwaliteit in Rotterdam. OmgevingsvisieIn de Omgevingsvisie ‘Rotterdam Veranderstad, Werken aan een wereldstad voor iedereen’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 2 december 2021, wordt richting gegeven aan de fysieke leefomgeving van de stad in de toekomst. De omgevingsvisie beschrijft integrale, allesomvattende opgaven en keuzes voor Rotterdam. Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en het eigen karakter ondersteunt en versterkt. Om richting te bepalen bij goede groei zijn er vijf perspectieven die een ‘kompas’ vormen om de koers te bepalen. Een compacte, gezonde, inclusieve, duurzame en productieve stad om in te wonen en te werken is gebaat bij een goede omgevingskwaliteit; het welstandsbeleid draagt daaraan bij.Duurzaamheid, circulariteit en biodiversiteitEr zijn enorme duurzaamheidsopgaven om de stad nu en in de toekomst leefbaar te houden. Deze opgaven lopen uiteen van opgaven zoals extreme regenval, hittestress, droogte, risico op overstroming, grondstoffentekort tot een steeds verder afnemende biodiversiteit. Daarom voert Rotterdam een actief duurzaamheids- en circulariteitsbeleid. Ook wil de gemeente de CO2 uitstoot sterk verminderen en bijdragen aan een gezondere meer comfortabele leefomgeving. Elke verandering in de stad is een moment om op een positieve wijze bij te dragen aan de omgeving en de opgaven die op de stad afkomen. De wijze van bouwen, het gebruik en het ontwerp van bouwwerken kunnen daaraan bijdragen. Het welstandsbeleid ondersteunt dit en draagt hier waar mogelijk aan bij.ErfgoedbeleidOmgevingskwaliteit en zorg voor het cultureel erfgoed (monumentenzorg) zijn nauw verwant, ze hebben beide betrekking op de culturele waarde van de gebouwde omgeving. In de Erfgoedagenda Rotterdam, vastgesteld door het College van B&W op 16 mei 2023, wordt aangegeven hoe er met het gebouwde en aangelegde erfgoed van de stad moet worden omgegaan. Monumenten, beeldbepalende gebouwen en beschermde stadsgezichten vormen samen het Rotterdams erfgoed. Samen vertellen ze de geschiedenis van Rotterdam. De aandacht voor het behoud van het ‘bestaande’ valt in Rotterdam samen met de gevraagde ruimte voor vernieuwing. Per geval moet de optimale balans tussen behoud en vernieuwing gevonden worden.In het welstandsbeleid en in de concrete welstandscriteria krijgen monumenten en beschermde stadsgezichten daarom bijzondere aandacht. In combinatie met alle relevante rijks- en gemeentelijke wet- en regelgeving moet dit leiden tot zorgvuldigheid bij de verandering en aanpassing van het monument, maar ook van bouwwerken in de onmiddellijke omgeving daarvan. Het gaat om het belang van behoud en zorgvuldige omgang met erfgoedwaarden aan de ene kant, en het belang van het aanpassen aan veranderende omstandigheden, programma’s en gebruik aan de andere kant. Bestuurlijke en juridische aspectenPer 1 januari 2024 loopt de toets van bouwplannen aan het welstandsbeleid via het omgevingsplan en is de juridische basis voor het vaststellen van de welstandsnota geregeld in de Omgevingswet. In artikel 4.19 van de Omgevingswet is opgenomen dat in het geval er in het omgevingsplan regels zijn gesteld over het uiterlijk van bouwwerken en die regels uitleg nodig hebben, de gemeenteraad beleidsregels moet vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan de regels voldoet. In deze welstandsnota zijn de criteria voor het uiterlijk van bouwwerken, oftewel het welstandsbeleid, vastgelegd. Nieuwe of gewijzigde beleidsinzichten kunnen aanleiding zijn om het welstandsbeleid of de welstandscriteria aan te passen. Deze kunnen naar voren komen door nieuwe ontwikkelingen of op grond van de evaluatieresultaten in de jaarverslagen van de commissie.Omgevingsvergunning en handhavingDe toets aan de welstandscriteria is onderdeel van de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning en valt onder de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Dit geldt ook voor de bevoegdheid om handhavend op te treden. Als voor een vergunningplichtig bouwwerk geen omgevingsvergunning is aangevraagd, kan handhavend worden opgetreden of de gelegenheid worden geboden om een vergunning aan te vragen voor het gerealiseerde bouwwerk. De toetsing vindt dan achteraf plaats en als deze aanvraag wordt geweigerd, bijvoorbeeld vanwege strijdigheid met de welstandscriteria, dan zal dit gevolgen hebben voor het bouwwerk. In het geval van vergunningvrije bouwwerken kan sprake zijn van ernstige mate van strijd met redelijke eisen van welstand, wat aangemerkt wordt als een exces. De excessenregeling staat omschreven in Deel 5 ‘Ultieme grens’.Welstandsvrij gebiedDe welstandsnota is niet van toepassing voor gebieden waar geen welstandstoets geldt, in Rotterdam zijn dit de ‘welstandsvrije gebieden’. Hieronder vallen delen van Nesselande, delen van het Park Zestienhoven en grote delen van het havengebied. In deze gebieden vindt geen welstandstoets plaats. Het gaat om op zichzelf staande gebieden die nauwelijks invloed hebben op de beleving op stedelijk niveau of om gebieden met welstandsvrije kavels. In gebieden die als welstandsvrij gebied zijn aangewezen, is de excessenregeling niet van toepassing.WelstandsparagrafenVoor nieuw te ontwikkelen gebieden of voor gebieden die ingrijpend van karakter veranderen, zal een nieuwe karakteristiek ontwikkeld moeten worden. De nota die deze nieuwe en gewenste karakteristiek bevat, wordt een welstandsparagraaf genoemd. Welstandsparagrafen worden, na bestuurlijke vaststelling, onderdeel van de welstandsnota.TrendsetterVoor de samenhang in het straatbeeld wordt in veel gevallen met de sneltoetscriteria ingezet op een regelmatige herhaling van gelijksoortige kleine bouwwerken. Een vergelijkbaar plan in de omgeving, als onderdeel van hetzelfde (type) pand en volgens een eerdere vergunning, vormt dan een precedent voor de aanvraag; dit plan zet de ‘trend’ en wordt dus gezien als ‘trendsetter’. Een bouwplan van de buren (op een vergelijkbaar pand) dat wordt overgenomen voldoet dan in dat geval aan redelijke eisen van welstand. Een plan dat een trendsetter volgt, kan op eenvoudige wijze worden getoetst en vergund. Daarmee is niet gezegd dat kleine afwijkingen van trendsetters niet mogelijk zijn. Als een afwijkend plan voldoende ‘familie’ is van de trendsetter, zal dit met grote zekerheid positief beoordeeld worden.Bouwwerken op het waterBij bouwen op het water gaat het om zowel drijvende bouwwerken als niet drijvende bouwwerken. Als deze typen bouwwerken in een bepaald gebiedstype vallen, gelden de criteria van dat gebiedstype aangevuld met de criteria voor bouwwerken op het water. Voor bouwwerken op het water die niet in een specifiek gebiedstype vallen, gelden naast de criteria voor bouwwerken op het water de criteria van het aangrenzende gebied. Schepen en andere drijvende objecten die bedoeld zijn om mee te varen en waarvan de primaire functie varen is, vallen hier niet onder.Criteria welstandsnota en omgevingsplanIndien de welstandscriteria uit deze nota strijdig zijn met de regels uit het omgevingsplan, dan prevaleren de regels uit het omgevingsplan.Reclame op gebouwen en op eigen terreinWelstandsvrij gebiedIn gebieden die als welstandsvrij gebied zijn aangewezen, worden reclames niet getoetst aan redelijke eisen van welstand.WinkelcentraReclames in het interieur van winkelcentra vallen niet onder welstandsbeoordeling.Omgevingsvergunning en handhavingEen vergunning op grond van artikel 4:15 van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 (APV) is nodig voor handelsreclames die geplaatst worden op of aan een onroerende zaak. In die gevallen zijn voor reclame met verlichting de ‘Nadere regels voor reclame met verlichting Rotterdam 2020’ van toepassing. In het geval van vergunningvrije reclames kan sprake zijn van ernstige mate van strijd met redelijke eisen van welstand, wat aangemerkt wordt als een exces. De excessenregeling staat omschreven in Deel 5 ‘Ultieme grens’.Nieuwe en niet benoemde reclamevormenEr moet altijd ruimte zijn voor vernieuwing en voor nieuwe reclamevormen. De gemeente is bereid in dat soort situaties met ondernemers en reclame-exploitanten in overleg te treden over mogelijkheden. Nieuwe en niet benoemde reclamevormen zullen per geval worden beoordeeld, waarbij de algemene uitgangspunten de basis voor de beoordeling vormen.Afwijken van de criteriaIn onderstaande of soortgelijke situaties kan het college op basis van het welstandsadvies, gemotiveerd afwijken van de welstandscriteria. Plannen die op een goede manier met de stad omgaan kunnen rekenen op goedkeuring en steun van de gemeente.Het is de bedoeling van het welstandsbeleid om inzichtelijk te maken welke criteria een rol spelen bij het beoordelen van het uiterlijk van bouwwerken. Die criteria moeten in principe gevolgd worden, maar omdat welstandscriteria het karakter hebben van beleidsregels garanderen ze een zekere mate van flexibiliteit. Inherent aan beleidsregels is, dat het mogelijk is om in bijzondere situaties af te wijken van de welstandscriteria, uiteraard mits daaraan een goede motivering ten grondslag ligt. Plannen van hoge of bijzondere kwaliteit of nieuwe ontwikkelingen en concepten die niet helemaal passen binnen de vastgestelde welstandscriteria, kunnen daardoor toch positief beoordeeld worden. Hiermee wordt de mogelijkheid geboden voor experimenten en vernieuwing, mits het plan zich in algemene zin rekenschap geeft van de omgeving.Als blijkt dat de gebiedscriteria of de sneltoetscriteria, of in het geval van monumenten de redengevende omschrijving en gebiedscriteria, niet voldoen, kan er mits daar goede argumenten voor zijn, van worden afgeweken. De commissie Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed Rotterdam bepaalt in dat geval of het bouwplan getoetst wordt aan de ‘Algemene Bouwstenen Rotterdam’ en de ‘vaste criteria’ al dan niet in combinatie met gebiedsgerichte criteria die daar wel toereikend voor zijn. Deze situatie kan zich onder andere voordoen bij een aanvraag voor een bouwplan in een gebied dat in ontwikkeling is en niet tot een bepaald gebiedstype behoort en waar geen welstandsparagraaf voor is vastgesteld, of wanneer sprake is van een bouwplan dat zelf een nieuwe context genereert waardoor de gebiedscriteria niet volstaan, zoals bouwinitiatieven op ‘nieuw land’ - bijvoorbeeld een gedempt havenbekken of een waterplas: dan wordt uitgegaan van de karakteristiek van het direct aangrenzende gebiedstype en de daaraan verbonden welstandscriteria.In artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het bestuursorgaan zich moet houden aan de beleidsregels, tenzij er ‘wegens bijzondere omstandigheden’ sprake is van ‘gevolgen voor één of meer belanghebbende(n) die onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de beleidsregel’. Dit artikel wordt ook wel de inherente afwijkingsbevoegdheid genoemd en is een algemene uitzonderingsregel die geldt voor alle vormen van beleidsregels van een gemeentelijke of andere overheid. Welstandstoets bij cultureel erfgoedAl sinds 1991 is de advisering over omgevingskwaliteit en erfgoed geïntegreerd in de Commissie voor Omgevingskwaliteit en Cultureel Erfgoed (tot 2024 Commissie voor Welstand en Monumenten). In deze nota gaat het om de welstandstoets in het kader van het onderdeel bouwen. Voor de toetsing van monumenten kan de welstandsnota niet apart worden bezien maar heeft zijn uitwerking in combinatie met het landelijk én het gemeentelijk erfgoedbeleid. Monumenten en beschermde stadsgezichten kunnen een aanjager en drager zijn van nieuwe ontwikkelingen. Vanuit dat oogpunt wordt in Rotterdam voor monumenten en beschermde stadsgezichten de stelling gehanteerd dat behoud en verandering elkaar niet in de weg staan, mits het plan het monument of het beschermd stadsgezicht in ieder geval respecteert.Beschermde stadsgezichtenNaast individuele panden die vanwege hun cultuurhistorische waarde beschermd zijn als monument, is het ook mogelijk gebieden te beschermen. In Rotterdam zijn de volgende gebieden aangewezen als rijksbeschermde stadsgezichten: Delfshaven, Scheepvaartkwartier, Waterproject, Kralingen Midden, Noordereiland, Heemraadssingel-Mathenesserlaan, Heijplaat, Tuindorp Vreewijk en Blijdorp-Bergpolder. In Deel 3 zijn aanvullend op de criteria voor de gebiedstypen specifieke criteria per beschermd stadsgezicht opgenomen.MonumentenEr zijn rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Monumenten zijn ‘bouwwerken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde’. Een monument kan een gebouw zijn, een woonhuis, een bedrijfspand of een fabriek, maar ook een ander object (brug, fontein), een terrein (park, landschap) of een ensemble (een groep gebouwen die architectonisch of stedenbouwkundig bij elkaar horen).Toetsing monumentHet bouwwerk zoals aangetroffen, samen met de redengevende omschrijving daarvan, vormen het kader voor toetsing; de ingreep zal in zijn algemeenheid de beschreven ruimtelijke en stilistische karakteristiek, de vormgeving, de detaillering en het materiaalgebruik van het monument intact moeten laten; waar mogelijk moet het monument zelfs terug worden gebracht in de oorspronkelijke staat.Bij grote ingrepen aan een monument zijn een onafhankelijk opgesteld cultuurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek gewenst. Vanuit die onderzoeken is het vervolgens wenselijk om voor de ingrepen een goed onderbouwde restauratievisie op te stellen, die als basis voor planontwikkeling en plantoetsing kan dienen.Bij ingrepen aan panden aan weerszijden van een monument of deel uitmakend van dezelfde architectonische eenheid, wordt een hoge architectonische kwaliteit vereist, gericht op het in zijn waarde laten of brengen van het monument. Daarbij is er bijzondere aandacht voor het materiaalgebruik en de detaillering.De sneltoetscriteria zijn niet van toepassing op monumenten behalve ten aanzien van energieopwekkende panelen op daken. Op deze pagina Op deze pagina Criteria Doe de welstandscheck Krijg snel en eenvoudig inzicht in welke welstandscriteria gelden voor jouw bouwinitiatief. Ga naar de welstandscheck