Stedelijke knooppunten

Knooppunten zijn gebieden met diverse publieksfuncties, hoge bezoekersaantallen en een hoge verkeersintensiteit. Het gaat om ingewikkelde logistieke systemen, waarbij verschillende functies op één plek zijn verknoopt doordat ze ruimtelijk zijn gestapeld.

Stedenbouwkundige kenmerken

Onder dit gebiedstype vallen winkelcentra, ziekenhuizen, universiteiten, kantoren, grote publiekstrekkers en publieksvoorzieningen in combinatie met een verkeersknooppunt, parkeren en hoogwaardig openbaar vervoer. Deze gebieden zijn knooppunten op de schaal van de regio, de stad en de omliggende wijken.

De meeste knooppunten in Rotterdam bestaan al enige tijd maar ze verkeren in een vrijwel permanente staat van transformatie. Qua volume betreft het grote gebouwen of complexen die vrij in de ruimte staan maar naar binnen zijn georganiseerd, zonder duidelijk gezicht naar buiten. De ‘knoop’ laat zich in verschillende gedaantes zien: in het interieur, in de ruimte tussen de gebouwen en in het complex als geheel op grotere afstand. De entree is veelal toegesneden op de automobilist; voor voetgangers en fietsers is een knooppunt-complex vaak een vrijwel ‘onneembaar’ gebied, al verandert deze hoedanigheid onder invloed van de duurzame ambities van Rotterdam. Met het uitgangspunt om compacte stedelijke milieus rondom hoogwaardig openbaar vervoer te realiseren, verschuift de aandacht op deze hoogstedelijke knooppunten naar het niveau van de voetganger en fietser.

Binnen het complex is er een duidelijke gelaagdheid: de winkels liggen op de begane grond of op de eerste verdieping, parkeren en de metro eronder en kantoren erboven. Er is dus sprake van zowel een ruimtelijk als een functioneel knooppunt. Het ‘trekkende’ programma ligt geheel in zichzelf gekeerd aan de binnenkant en is verticaal, via een lift naar parkeergarage en metro, met de buitenwereld verbonden. Rondom of onder het complex ligt de ‘verkeersmachine’ die dient om het publiek aan- en af te voeren. Dit logistieke systeem van metro- en busstation, parkeergarages, bevoorrading en loopbruggen vormt een ruimtelijke barrière naar de omringende wijken.

Buiten het complex vormt een grote verkeersweg of een verkeersplein het werkelijke openbare domein. De binnenruimte is meestal weliswaar publiek toegankelijk, maar ook afsluitbaar en dus niet werkelijk openbaar. De knooppunten bestaan vaak uit naast of tegen elkaar geplaatste, eigenzinnig vormgegeven gebouwen, die weinig onderlinge relatie hebben. Daardoor ontstaan non-descripte tussengebieden. De verschillende onderdelen en niveaus van de complexen zijn soms evenmin op elkaar betrokken.

Architectonische kenmerken

Karakteristiek voor knooppunten is de stapeling en verknoping van functies, het publiekstrekkend karakter en de hoge dynamiek. Merkwaardig genoeg zijn deze complexen vaak een willekeurige verzameling van vrij introverte gebouwen, terwijl ze tegelijkertijd grote publiekstrekkers voor de stad zijn. De stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit is daarmee vaak niet in overeenstemming. De grote variatie aan bebouwing, kleur en vorm kan echter ook positief worden opgevat.

Bij stedelijke knooppunten is meestal sprake van een geringe relatie tussen de gebouwen onderling, waarvan de verschillende niveaus vaak evenmin veel met elkaar van doen hebben. De buitenkant van het complex haalt zelden de kwaliteit die aan de binnenkant wordt nagestreefd. Belangrijk voor het gebiedstype is de aanwezigheid van een ‘tussenruimte’, die de overgang vormt tussen het interieur en de buitenkant, die een publieke schil vormt. Uitdaging is uiteraard de complexen functioneel en architectonisch een vorm te geven die recht doet aan het bij uitstek publieke karakter. Een aantal stedelijke knooppunten beschikt over bouwwerken die een monumentenstatus hebben. Deze gebouwen dateren meestal uit de jaren ‘50 of ‘60 en hebben een hoge architectonische kwaliteit.

Criteria

  • Bouwinitiatieven dragen bij aan een heldere ruimtelijke hiërarchie op verschillende schaalniveaus (publieke ruimte, verblijfsgebied en verkeersstromen), en zijn overtuigend gericht op en verbonden met de openbare ruimte (van vooral verblijfsplekken en voetgangersstromen).

  • Bouwinitiatieven verbeteren het ‘gezicht’ en de uitstraling van het stedelijke knooppunt richting de stad en de openbare ruimte.

  • Bouwinitiatieven versterken de gelaagdheid en transparantie van stedenbouwkundige structuren en ensembles; ze zijn afgestemd op de specifieke plek die het bouwwerk inneemt in het knooppunt als geheel.

  • Bouwinitiatieven dragen bij aan een zorgvuldige verweving van de verschillende schaalniveaus en onderdelen van het stedelijke knooppunt.

  • Door positionering en oriëntatie bevorderen bouwinitiatieven voetgangersstromen en verblijfsplekken, waarbij de verbinding van het bouwwerk met de verschillende ruimtelijke schaalniveaus van het knooppunt verbetert.

  • Nieuwbouw is in massaopbouw afgestemd op de specifieke positie die het gebouw inneemt ten opzichte van het grote geheel.

  • Bij grootschalige nieuwbouw sluit de schaal van het gevelontwerp aan op de schaal van de omgeving, het voetgangersgebied en de verkeersstromen.

  • Bouwinitiatieven met een eigenzinnig gevelontwerp zijn goed mogelijk; wel moeten ze reageren op de architectuur en ruimtelijke opzet van de omgeving.

  • Bouwwerken die grenzen aan openbaar toegankelijk gebied en voetgangersstromen hebben een aantrekkelijke levendige plint.

  • De begane grond ondersteunt in maat en schaal het karakter van het straatbeeld.

  • Materiaalgebruik en detaillering ondersteunen de maat en schaal, de ensemblewerking en de dynamiek die grootstedelijke knooppunten kenmerkt.

  • De toepassing van hoogwaardige materialen en detaillering is in overeenstemming met de hoge ambities voor het gebied

Op deze pagina

Doe de welstandscheck

Krijg snel en eenvoudig inzicht in welke welstandscriteria gelden voor jouw bouwinitiatief.

Ga naar de welstandscheck

Andere reguliere criteria

Stadscentrum en centrumgebieden

Rotterdam heeft een voor Nederlandse begrippen bijzondere binnenstad, vooral vanwege de stedenbouw en architectuur uit de wederopbouwperiode en de opvallende skyline.

Historische linten en kernen

Historische linten en kernen zijn vóór 1900 ontstaan en lagen buiten de toenmalige stad Rotterdam.

Organisch ontwikkelde uitbreidingen

Tussen circa 1860 en 1905 vonden stadsuitbreidingen plaats die niet waren gebaseerd op een stedenbouwkundig plan, maar zich organisch ontwikkelden.

Vroege planmatige uitbreidingen

De vroege planmatige uitbreidingen zijn stadsdelen die zijn ontworpen op basis van een uitbreidingsplan met een visie op de stad als geheel, meestal gerealiseerd tussen circa 1905 en 1950.

Tuindorpen

In 1902 werd de Woningwet ingevoerd. Vanaf dat moment tot ongeveer 1950 kwamen er in de stad op verschillende plekken ruim opgezette en groene arbeiders- en middenstandswijken tot stand.

Stempel- en strokenbouw

Met stempel- en strokenbouw worden planmatige woongebieden bedoeld, tot stand gekomen tussen de jaren ’50 en ’70 van de twintigste eeuw, met incidenteel latere invullingen en vernieuwingen.

Planmatige woonerfwijken

Eind jaren ’60 van de vorige eeuw was er veel kritiek op de stempel- en strokenbouw, die als vlak en monotoon werd gezien.

Recente uitbreidingen en grootschalige transformaties

Halverwege de jaren ’80 vond opnieuw een omslag plaats in stedenbouw en architectuur.

Stedelijke villagebieden

Stedelijke villagebieden zijn woongebieden die zijn ontstaan na 1870 en waarvan de bebouwing bestaat uit vrijstaande of geschakelde villa’s.

Stedelijke oevers

Stedelijke oevers zijn gebieden gelegen aan de oever van de Maas of aan delen van (voormalige) havens.

Kantorenlocaties, haven- en bedrijvengebieden

Kantorenlocaties, haven- en bedrijvengebieden kennen veelal een rationele inrichting en zijn doorgaans sterk monofunctioneel van aard.

Groengebieden

Groengebieden hebben een recreatieve functie die vaak wordt gecombineerd met waterhuishoudkundige, educatieve en ecologische functies.

Bouwwerken op het water

In principe zijn op het water de Algemene Bouwstenen Rotterdam van toepassing, evenals de gebiedsgerichte criteria die voor de aangrenzende stadsdelen zijn geformuleerd.